De regio West‑Friesland staat voor de uitdaging om gebiedsontwikkeling mogelijk te blijven maken. Deze Noord-Hollandse landstreek aan het IJsselmeer kampt, net als overal in Nederland, met obstakels door toenemende netcongestie. Energie infrastructuur wordt steeds bepalender voor wat ruimtelijk kan, waardoor de traditionele werkwijze – eerst plannen, daarna het net aanpassen – niet langer volstaat. Daarom ontwikkelde Duurzaam Energie Perspectief (DEP) de zogenoemde streepjescode‑methode. Met dit instrument hebben gemeenten handelingsperspectief om gewenste ontwikkelingen in hun gebied te begeleiden met energieplanologie.
DEP heeft de streepjescode-methode in opdracht van provincie Noord-Holland ontwikkeld en uitgevoerd voor West-Friesland. De streepjescode–methode bevriest de verhouding tussen sectoren glastuinbouw, nieuwbouw, mobiliteit en hernieuwbare opwek, zoals geprognotiseerd voor 2050 en toetst vervolgens of sectoren binnen hun energiebudget blijven, zowel vóór als na een eventuele verzwaring. Er zijn slimme oplossingen nodig wanneer sectoren meer willen dan het beschikbare streepjescodebudget toelaat.

Veel onzekerheden
Hoewel er al inzichten bestaan via de energievisie, het PMIEK (provinciaal Meerjarenprogramma Infrastructuur Energie en Klimaat) en het ESAP (Energie Systeem Actie Plan), bieden deze onvoldoende handelingsperspectief voor gemeenten, omdat zowel groei als infrastructuurplanning onzeker zijn. De belangrijkste onzekerheden liggen in de groeiprognoses van de onderzochte sectoren, waarvoor steeds een laag, midden en hoog scenario is opgesteld. De planning van netverzwaringen kent onzekerheden als gevolg van doorlooptijden van grondprocedures, beperkte uitvoeringscapaciteit en de afhankelijkheid van het toekomstige 380 kV‑net van TenneT.
Er zijn slimme oplossingen nodig als sectoren meer willen dan het beschikbare streepjescodebudget
WKK en geothermie
Uit de sectoranalyses blijkt dat de glastuinbouw zonder verzwaring snel tegen grenzen aanloopt. Het langer inzetten van Warmtekracht koppeling (WKK) biedt bij station Wervershoof voldoende ruimte om binnen het lage scenario te blijven, maar voor Enkhuizen is dit ontoereikend. WKK of cogeneratie is een techniek waarbij bij elektriciteitsopwekking, de vrijkomende warmte nuttig wordt benut.
Geothermie draagt bij aan verduurzaming, maar verlaagt de belasting op stationsniveau onvoldoende. Aanpassing van teelten zoals diverse snijbloemen en bepaalde kasgroenten kan afhankelijk van de schaal helpen met het verlagen van de energiebehoefte.
Netbewuste nieuwbouw
Voor nieuwbouw geldt dat deze vóór netverzwaring vrijwel nergens past, tenzij gemeenten inzetten op netbewuste nieuwbouw. Daarmee kunnen drie van de zes onderstations wél ruimte bieden, en bij de overige drie wordt de afstand tot het budget kleiner. Na verzwaring blijven echter Medemblik en Hoorn Holenweg beperkt: in 2050 passen daar alleen de lage scenario’s.
Slimme oplossingen nodig
Voor hernieuwbare opwek ontstaat vóór verzwaring op geen enkel station voldoende ruimte. Het inperken, curtailen, van de opgewekte energie van een zonne- of windpark is een slimme oplossing. Door dit te doen bij kleinverbruik‑zonnepanelen kan het uitkomst bieden op enkele stations. In Medemblik blijft zelfs het midden‑scenario lastig, waardoor aanvullende opties zoals batterijen, piekverschuiving of windopwek nodig kunnen zijn. Bij e‑mobiliteit past de groei van logistieke en publieke laadcapaciteit nergens vóór verzwaring. De belangrijkste oplossing is daarom het verplaatsen van laadvraag naar stations met meer ruimte, zoals de nieuwe stations Wognum, Andijk, Lutjebroek en Hoorn Parkweg. Ook na verzwaring blijven Medemblik en Hoorn Holenweg echter knelpunten.
Energieplanologie
Om deze knelpunten te kunnen oplossen wordt energieplanologie essentieel. Energie moet een integraal onderdeel worden van omgevingsvisies, omgevingsplannen en gebiedsontwikkelingen, zodat zware vermogensvragers op de juiste locaties kunnen worden geplaatst. Soms vraagt dat om het verplaatsen van vermogen naar andere stations, zoals het verschuiven van een deel van de glastuinbouw van Wervershoof naar Andijk, of het verplaatsen van logistiek depotladen van Hoorn Holenweg naar Hoorn Parkweg. Gemeenten kunnen daarnaast de verhouding tussen sectoren in een gebied bijsturen door via ruimtelijke keuzes prioriteit te geven aan bijvoorbeeld glastuinbouw of mobiliteit.
Conclusie
Omdat zowel prognoses als de planning van netverzwaringen kunnen veranderen, is voortdurende monitoring en afstemming met Liander noodzakelijk. Tot slot is nauwe samenwerking tussen energie, duurzaamheid en ruimtelijke ordening cruciaal, omdat energie vaak te laat wordt betrokken in planprocessen. Met slimme technische maatregelen en energieplanologie kan de regio zich desondanks blijven ontwikkelen, zelfs bij aanhoudende netcongestie.
Bekijk hier hier het rapport ‘Ontwikkelen tussen de knooppunten’
