De energietransitie als ruimtelijke ontwerpopgave

Gebied & Energie GEO
Carla Roghair Leestijd 10 minuten

Energie is geen technische sluitpost meer, maar een volwaardig onderdeel van ruimtelijke ordening. Dus niet eerst een wijk ontwerpen en daarna kijken of het energiesysteem past, maar beide vanaf het begin samen ontwerpen. Dat geldt voor alle wijken in stad of dorp. Duurzaam Energie Perspectief (DEP) heeft met haar partners Bright, Urban Synergy en Generation Energy een onderzoek uitgevoerd naar het inpassen van de warmtetransitie in zes verschillende wijken. 

De warmtetransitie in bestaande wijken heeft altijd ruimtelijke gevolgen. Nieuwe warmteoplossingen, elektriciteitsstations, kabels, leidingen en opslag vragen plek. Soms in de wijk zelf, maar vaak ook daarbuiten. Denk aan extra infrastructuur op stedelijk of regionaal niveau. Daardoor ontstaat een nieuwe ruimtelijke afweging: waar leggen we de ruimteclaim neer, en hoe voorkomen we dat keuzes in de ene wijk leiden tot grotere problemen elders?

Beschouw de energietransitie als een ruimtelijke ontwerpopgave

Deel deze quote

Wijktypen

Het onderzoek is uitgevoerd voor zes typen wijken: historische binnenstad, hoogstedelijke buurt, OV-knooppunt, naoorlogse stempelwijk, laagstedelijke woonwijk en lintbebouwing. De wijken onderscheiden zich in dichtheid, functie en energielabel van de bebouwing. Deze bepalen de energievraag van het gebied. De structuur van de straten, het groen en water bepalen de fysiek beschikbare ruimte. Voor elk van deze wijktypen is een representatieve tegel uitgewerkt waarin de feiten en cijfers die ten grondslag liggen aan de berekeningen, zijn gevisualiseerd.

Toekomstbeeld voor een naoorlogse stempelwijk

Zes lessen voor de warmtetransitie in wijken

In dit onderzoek is de relatie tussen de warmtetransitie in de wijken onderzocht en de ruimtelijke impact daarvan op het schaalniveau van zowel de wijk, de stad als de regio. De ruimtelijke impact van de benodigde energie-infrastructuur voor de warmtetransitie in de gebouwde omgeving blijkt enorm. Niet alleen op het wijkniveau zelf, maar vooral ook in de stad en de regio. Op basis van de energieplanologische analyse van zes archetype wijken kunnen wij onderstaande lessen trekken.

1. De warmtetransitie stopt niet bij de wijkgrens

Een warmtetransitie in een bestaande wijk leidt bijna altijd tot extra ruimtebeslag buiten die wijk. Als een wijk bijvoorbeeld veel extra elektriciteit nodig heeft, kan dat gevolgen hebben voor kabels, stations en infrastructuur elders in de stad of regio. Dit noemen we ruimtelijke afwenteling. Voor beleid en planvorming betekent dit: beoordeel energiekeuzes niet alleen op wijkniveau, maar kijk ook naar de effecten op hogere schaalniveaus.

2. Een kleine ingreep in de wijk kan veel ruimte elders besparen

Uit het onderzoek blijkt dat het benutten van een klein deel van de groenruimte voor energieopslag, bijvoorbeeld circa 1%, de ruimtelijke druk op stedelijk en regionaal niveau sterk kan verminderen. Dat vraagt om een zorgvuldige afweging, want groenruimte is belangrijk voor leefbaarheid, klimaatadaptatie en gezondheid. Toch laat deze les zien dat het gebruiken van beperkte ruimte in de wijk voor energie opslag, soms een grote ruimtewinst buiten de wijk kan opleveren.

3. Stuur op stadsniveau, niet alleen per wijk

Niet elke wijk heeft dezelfde draagkracht. In dichtbebouwde wijken is de ruimte schaars en staat de leefbaarheid snel onder druk. Ruimer opgezette wijken met meer groen kunnen soms meer bijdragen aan opslag of energie-infrastructuur. Daarom is planning op stadsniveau nodig. Zo kunnen gemeenten beter bepalen waar ruimte voor energie het meeste effect heeft en waar de leefbaarheid juist beschermd moet worden.

dep

Verduurzaam wijken op een slimme manier en verminder daarmee de ruimtelijke impact van de warmtetransitie

4. Isolatie heeft ook ruimtelijke waarde

Vergaande isolatie verlaagt de energievraag. Daardoor is minder aanvullende energie-infrastructuur nodig en neemt ook de ruimtevraag af. Isolatie is dus niet alleen een financiële of energetische maatregel, maar ook een ruimtelijke maatregel. In sommige situaties kan vergaande renovatie zelfs voorkomen dat extra ruimte nodig is voor opslag en infrastructuur.

5. Duurzame restwarmte en geothermie kunnen ruimte besparen

Duurzame restwarmte en geothermie hebben bovengronds relatief weinig ruimte nodig en kunnen de vraag naar aanvullende elektriciteitsinfrastructuur beperken. Waar deze bronnen beschikbaar zijn, verdienen ze daarom een serieuze plek in de afweging. Voor gemeenten betekent dit dat de ruimtelijke baten van warmtebronnen expliciet moeten worden meegewogen, naast kosten, techniek en uitvoerbaarheid.

6. Energie-infrastructuur kan ruimtelijke kwaliteit versterken

Energie-infrastructuur hoeft niet automatisch ten koste te gaan van de ruimtelijke kwaliteit. Met goed ontwerp kan infrastructuur worden ingepast op een manier die past bij de identiteit van de plek. Soms kan een ingreep zelfs bijdragen aan een betere inrichting van de openbare ruimte. Dat vraagt wel om ontwerpkwaliteit, vroegtijdige afstemming en een gezamenlijke taal tussen energie en ruimte.

Conclusie: maak de ruimtelijke gevolgen van energiekeuzes vroeg zichtbaar

Uit het onderzoek blijkt: maak de ruimtelijke gevolgen van energiekeuzes vroeg zichtbaar. Vergelijk scenario’s, bespreek de effecten op wijk-, stads- en regionaal niveau en neem leefbaarheid, groen, ondergrond, netcapaciteit en warmtebronnen in samenhang, in een ontwerpende benadering mee. Alleen dan ontstaat een realistisch beeld van wat mogelijk, wenselijk en uitvoerbaar is.

Download hier de pdf om het volledige onderzoek te lezen.

Terug naar alle artikelen