Klimaatbestendig energienet vraagt om meer dan techniek

Gebied & Energie Brede welvaart
Maarten van Blijderveen Maarten van Blijderveen • Leestijd 10 minuten
Een onderstation in groene omgeving

Energietransitie gaat niet zonder klimaatadaptie. Bouwen aan een betrouwbaar, en betaalbaar energienet gaat samen met rekening houden van het toekomstige klimaat. Klimaatadaptatie wordt vaak gezien als een technische uitdaging. De echte uitdaging is in het vinden van de maatschappelijke waarde. We bouwen stations die vijftig jaar meegaan. Maar ontwerpen we ze ook voor het klimaat van over vijftig jaar?

In een recente editie van PONT | Vakblad Energie & Duurzaamheid gaat auteur Maarten van Blijderveen in gesprek met collega Samir den Haan, technisch specialist bij Duurzaam Energie Perspectief (DEP) en Robert-Paul van Campen, adviseur Brede Welvaart bij Qirion. Beide bedrijven zijn onderdeel van Alliander. Hun boodschap is helder: klimaatadaptatie is geen losse opgave naast de energietransitie, maar een integraal onderdeel van toekomstbestendig netbeheer.

Drie lessen voor de energietransitie:

– Bouw niet voor het klimaat van vandaag, maar dat van morgen.

– Weeg klimaatadaptatie integraal af met kosten, ruimte en maatschappelijke waarde

– Zie klimaatadaptatie niet alleen als risico, maar ook als kans om projecten en gebiedsontwikkeling te versterken.

Klimaatadaptatie is geen technische rekensom, maar een maatschappelijke afweging

Deel deze quote

Ontwerpen voor het klimaat van morgen

Het Nederlandse elektriciteitsnet is robuust en ontworpen om huidige extremen zoals hitte, droogte en wateroverlast op te vangen. Toch veranderen de omstandigheden waarop nieuwe assets moeten worden voorbereid. Stations die vandaag worden gebouwd, hebben een levensduur van tientallen jaren. Daarmee ontstaat de vraag of ontwerpen op basis van historische klimaatgegevens nog voldoende is.

Volgens Samir den Haan zouden netbeheerders steeds vaker moeten kijken naar het klimaat van over veertig jaar in plaats van dat van vandaag, bijvoorbeeld bij overstromingen. “Zoet water is een risico, maar zout water is funest. Als er zout water in een station komt, is het afgeschreven door de corrosie. In dat geval kan je ook geen noodstroom-aggregaat meer op dat station aansluiten en moet je een noodstation neerzetten. Ook de isolatielaag in ondergrondse kabels kan niet goed tegen verzilting van het grondwater.”

Meer dan een technische afweging

De experts benadrukken dat klimaatadaptatie niet uitsluitend een technisch vraagstuk is. Vrijwel iedere maatregel heeft gevolgen voor kosten, materiaalgebruik, ruimtebeslag en soms zelfs voor de CO₂-uitstoot die gepaard gaat met de uitvoering.

Een station volledig beschermen tegen overstromingen kan bijvoorbeeld betekenen dat extra constructies of grote hoeveelheden beton nodig zijn. “Technisch is veel mogelijk, maar niet iedere oplossing is automatisch de meest logische of maatschappelijk wenselijke keuze.”, benadrukt Robert-Paul van Campen. “Daar hebben we tonnen aan beton voor nodig. Het is ironisch dat we hierbij zoveel CO2 zouden uitstoten om juist met de gevolgen van klimaatverandering om te kunnen gaan.”

Daarom moeten netbeheerders voortdurend afwegingen maken tussen betrouwbaarheid, veiligheid, duurzaamheid, betaalbaarheid en ruimtelijke kwaliteit. Juist die complexiteit maakt klimaatadaptatie een onderwerp dat verder reikt dan de energie-infrastructuur alleen. Gemeenten, provincies, Rijkswaterstaat, netbeheerders en andere stakeholders hebben daarbij allemaal een rol.

dep

We kunnen ons niet veroorloven om een net voor morgen te bouwen op basis van het klimaat van gisteren

Klimaatadaptatie als kans

Een opvallend inzicht uit het artikel is dat klimaatadaptatie niet per definitie leidt tot vertraging of hogere maatschappelijke kosten. Sterker nog: sommige maatregelen kunnen projecten juist versnellen. Robert-Paul van Campen noemt voorbeelden zoals groene gevels en groen ingerichte schakeltuinen. “Als we dat toe passen op onze stations, kunnen we beter omgaan met hitte, en koelen we de omgeving van het station ook. Dat kan vergunningstrajecten versnellen en bezwaren van omwonenden verminderen, met name in drukke stedelijke gebieden.”

Ook biodiversiteitsmaatregelen blijken in de praktijk vaak minder een belemmering dan gedacht wanneer deze vroeg in het ontwerp worden meegenomen. Hierdoor kunnen vergunningprocedures soepeler verlopen en worden toekomstige knelpunten voorkomen. De bredere les is dat energie-infrastructuur onderdeel is van de leefomgeving. Investeringen in klimaatadaptatie leveren daardoor niet alleen waarde op voor de energievoorziening, maar kunnen ook bijdragen aan leefbaarheid, biodiversiteit en brede welvaart.

Een discussie die de sector verder brengt

Het artikel maakt duidelijk dat de discussie niet draait om de vraag óf klimaatadaptatie nodig is. De vraag is vooral hoe de waarde ervan wordt meegewogen in investerings- en ontwerpkeuzes. Veel van de baten landen immers niet direct op de balans van een netbeheerder, terwijl de samenleving er wel van profiteert.

Juist daarom is de discussie relevant voor iedereen die betrokken is bij de ontwikkeling van het energiesysteem van de toekomst: van netbeheerders en beleidsmakers tot ontwerpers, ingenieurs en bestuurders. “De vraag is niet óf klimaatadaptatie waarde oplevert, maar hoe we die waarde meewegen.”, aldus van Campen.

dep

Wie klimaatadaptatie alleen als risico ziet, mist de kans om meer waarde te creëren voor mens én omgeving

Meer lezen

Dit artikel is gebaseerd op het artikel ‘Klimaatbestendig energienet vraagt om meer dan techniek’ van Maarten van Blijderveen, gepubliceerd in PONT | Vakblad Energie & Duurzaamheid.

Meer informatie over het vakblad  https://klimaatweb.nl/pont-vakblad-energie-duurzaamheid/

Download de meest recente editie  https://klimaatweb.nl/vakblad/

Download het volledige artikel  PDF-download

Terug naar alle artikelen